Wet tegemoetkomingen loondomein Wet- en regelgeving

26 apr, 2016

De invoering van de WTL gaat in fases. In 2017 wordt eerst het lage-inkomensvoordeel (LIV) van kracht. Dit is een loonkostenvoordeel voor werkgevers die werknemers met een relatief laag loon in dienst hebben. Vervolgens in 2018 worden de loonkostenvoordelen (LKV) ingevoerd. Dit is een loonkostenvoordeel voor het in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking. De korting wordt niet meer verrekend met de premies werknemersverzekeringen, u krijgt de tegemoetkoming rechtstreeks vanuit de Belastingdienst na afloop van het kalenderjaar uitgekeerd.

Het combineren van beide regelingen is niet mogelijk en het recht wordt gemaximeerd op het bedrag van de hoogste tegemoetkoming.

Het lage inkomens-voordeel (LIV)
Het LIV is een nieuwe tegemoetkoming die werkgevers vanaf 2017 ontvangen voor werknemers die maximaal 120% van het minimumloon verdienen. Het LIV wordt alleen toegekend bij banen voor ten minste 24 uur per week. De leeftijdsbovengrens is de AOW-leeftijd omdat voor AOW-gerechtigde werknemers geen premies voor de werknemersverzekeringen betaald worden. Hierbij  is geen leeftijdsondergrens van toepassing.

De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van het gemiddelde uurloon van de werknemer en wordt gerelateerd aan de verloonde uren die worden opgegeven via de loonaangifte.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie groepen werknemers:

  1. Werknemers die tussen de 100% en 110% van het minimumloon van 23 jaar en ouder verdienen en minimaal 1248 uur zijn verloond in het kalenderjaar; tegemoetkoming maximaal € 2.000 per werknemer per jaar.
  2. Werknemers die tussen de 110% en 120% van het minimumloon van 23 jaar en ouder verdienen en minimaal 1248 uur zijn verloond in het kalenderjaar; tegemoetkoming maximaal € 1.000 per werknemer per jaar.
  3. Een werkgever heeft ook recht op het LIV, bij kortere dienstverbanden, waarbij de werknemer:
  • tenminste zes aaneengesloten maanden in dienst is geweest en
  • in deze periode er minstens 624 verloonde uren zijn opgenomen in de loonaangifte en
  • een dienstbetrekking heeft van minimaal 24 uur per week.

De hoogte van het LIV bij de kortere dienstverbanden is:

  • € 0,51 per verloond uur, met een maximum van € 1.000, wanneer de werknemer  tussen de 100% en 110% van het minimum loon voor 23 jaar en ouder heeft verdiend.
  • € 0,26 per verloond uur, met een maximum van € 500, wanneer de werknemer tussen de 110% en 120% van het minimum loon voor 23 jaar en ouder heeft verdiend.

Het UWV beoordeelt bij het LIV zelfstandig, zonder verzoek van de werkgever, of er recht bestaat op deze tegemoetkoming. Doordat het LIV wordt gebaseerd op de gegevens vanuit de loonaangifte is de regeling voor u als werkgever makkelijk toe te passen en uit te voeren.

Loonkostenvoordeel (LKV)
Als werkgever krijgt u de LKV tegemoetkoming als u een werknemer in dienst neemt die:

  • minimaal 56 jaar oud is (LKV maximaal € 6000, € 3.05 per verloond uur)
  • of arbeidsgehandicapt is (LKV maximaal € 6000, € 3.05 per verloond uur)
  • of onder de doelgroep van de banenafspraak valt. (LKV maximaal € 2000, € 1.01 per verloond uur)

De tegemoetkoming loopt maximaal 3 jaar en is een vast bedrag per werknemer per uur gebaseerd op het aantal verloonde uren. Wanneer een arbeidsgehandicapte werknemer wordt herplaatst, heeft u als werkgever maar 1 jaar recht op voordeel.Het LKV voor werknemers die onder de doelgroep van de banenafspraak vallen, bedraagt € 1,01 per uur met een maximum van € 2.000 per werknemer per jaar.

Wilt u als werkgever gebruik maken van één van deze regelingen, dan is een vereiste dat de betreffende werknemer beschikt over een door het UWV afgegeven doelgroepverklaring. Welke door de werknemer bij het UWV verkregen kan worden. U dient deze verklaring bij het personeelsdossier te bewaren.

Indien er binnen 6 maanden na beëindiging van de dienstbetrekking een nieuwe dienstbetrekking met dezelfde werknemer tot stand komt, is er geen recht meer op loonkostenvoordeel. Een werknemer moet minimaal 6 maanden uit dienst zijn geweest bij dezelfde werkgever om opnieuw in aanmerking te komen voor een LKV. U moet als werkgever zelf beoordelen of u voldoet aan de voorwaarden van de doelgroepverklaring en dit aan uw loonadministratie doorgeven zodat dit via de loonaangifte wordt aangegeven.

Wat moet u zelf doen om in aanmerking te komen?
Als werkgever hoeft u niet veel te doen om in aanmerking te komen. Zoals eerder aangegeven moet in de loonaangifte kenbaar worden gemaakt dat de LKV van toepassing is. Dit dient verwerkt te zijn vóór 1 mei van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het LKV betrekking heeft. Voor aanvang in 2018 dient het verzoek uiterlijk 30 april 2019 binnen te zijn bij de Belastingdienst via de loonaangifte. Daarnaast dient u de doelgroepverklaring in het personeelsdossier van de werknemer te bewaren.

Jaarlijks, vóór 15 maart van het volgende kalenderjaar, verstrekt het UWV u een overzicht met werknemers waarbij u heeft verzocht de LKV toe te passen en daarbij de voorlopige beoordeling met betrekking tot deze werknemers. Het UWV informeert u tegelijkertijd over werknemers binnen uw organisatie die voldoen aan de voorwaarden van het LIV.

De grondslag die hiervoor wordt gebruikt zijn de loonaangiften van een kalenderjaar die op uiterlijk 1 februari van het daarop volgend jaar bij de Belastingdienst bekend zijn. U heeft dan nog tot en met 30 april de tijd om eventuele correcties door te voeren en LKV verzoeken in te dienen door middel van een correctie op de loonaangiften. Het UWV berekent de tegemoetkomingen met de stand van 1 mei. Correctieaangiften die na 1 mei worden ingediend, leiden niet meer tot aanpassingen van de tegemoetkomingen. Belangrijk is dus dat LKV verzoeken uiterlijk op 30 april zijn ingediend anders worden zij voor het afgelopen jaar niet meer meegenomen.

De Belastingdienst betaalt de tegemoetkomingen rechtstreeks uit aan de werkgever na de definitieve vaststelling. Indien blijkt dat u als werkgever ten onrechte een loonkostenvoordeel heeft aangevraagd, bijvoorbeeld omdat de betrokken werknemer niet aan de voorwaarden voldoet, wordt dat gezien als een verzuim waarvoor een boete kan worden opgelegd van maximaal € 1.319 per verzoek per jaar.

2017; driedubbel profiteren van het in dienst nemen van een werknemer?
Wanneer u als werkgever tussen 1 januari 2017 en 1 januari 2018 een werknemer in dienst heeft of neemt  die onder de doelgroep van de banenafspraak valt, krijgt u € 2.000 premiekorting. Mensen met een arbeidsbeperking kunnen bij het UWV een indicatie banenafspraak aanvragen. Omdat deze werknemer niet in staat is om zelfstandig het minimumloon te verdienen, krijgt u als werkgever ook loonkostensubsidie. Deze dicht het gat tussen de loonwaarde van de werknemer en het minimumloon. Daarnaast kunt u in bepaalde gevallen ook nog aanspraak maken op het lage inkomensvoordeel (LIV), wanneer u werknemers in dienst heeft die tussen de 100% en 120% van het wettelijk minimumloon verdienen, gebaseerd op een 38-urige werkweek. Het is aannemelijk dat dit het geval is bij een werknemer die onder de banenafspraak valt. Oftewel driedubbel profiteren.

Sabine Theloesen

Teammanager

VOOR U GESELECTEERD

NIEUWS  21 apr, 2017

Feiten en risico’s omtrent het verlof van uw medewerker

Iedere medewerker heeft recht op een minimum aantal vakantiedagen per jaar. Wanneer een medewerker deze, [...]

Lees meer

NIEUWS  20 dec, 2016

Een goed begin is het halve werk

Met het nieuwe jaar in aantocht brengen we u graag op de hoogte van de gegevens die wij van u nodig hebben [...]

Lees meer

NIEUWS  21 sep, 2016

Prinsjesdag en wetswijzigingen 2017

Op Prinsjesdag zijn de Miljoenennota en het Belastingplan voor 2017 gepresenteerd, met hierin de nodige [...]

Lees meer

NIEUWSBRIEF

Ja, ik wil graag op de hoogte worden gehouden van het laatste nieuws!

Artikelen over; nederlands en internationaal payrollnieuws, handige tips en de laatste wetswijzigingen!